Een defect achterlicht of een slechte elektrische verbinding kan een oplegger onverwacht uit de planning halen. Vaak ligt de oorzaak niet alleen bij de lamp, maar ook bij vocht, corrosie of beschadigde bedrading. Met regelmatige controles en een gestructureerde aanpak zijn veel verlichtingsstoringen eerder te ontdekken.
Controleer verlichting en bekabeling regelmatig
Opleggerverlichting krijgt onderweg te maken met vuil, vocht, strooizout en trillingen. Controleer daarom niet alleen of alle lampen branden, maar kijk ook naar de connectoren, kabels en bevestigingen. Let op corrosie, beschadigingen, vocht in de lampbehuizing en loszittende verbindingen.
Een controle na een intensieve inzet of onderhoudsbeurt kan helpen om beginnende problemen op te merken voordat ze tot een storing leiden. Neem ook de massapunten mee: een slechte massa kan vergelijkbare klachten geven als een defecte lamp.
Vervang beschadigde onderdelen op tijd
Een lamp vervangen lost het probleem niet op als de aansluiting of kabelboom is aangetast. Herhaalde noodreparaties kunnen bovendien zorgen voor een installatie met verschillende kabels, connectoren en reparatiepunten. Dat maakt volgende storingen lastiger op te sporen.
Breng bij terugkerende problemen de volledige installatie in kaart. Vervang versleten of gecorrodeerde onderdelen waar nodig en zorg dat nieuwe componenten op elkaar aansluiten. Dat kan de montage overzichtelijker maken en de kans op aansluitfouten verkleinen.
Test alle functies na onderhoud
Controleer na een reparatie of ombouw alle lichtfuncties met de trekker aangesloten. Test onder meer de achterlichten, remlichten, richtingaanwijzers en markeringsverlichting. Kijk ook of het dashboard een storingsmelding toont en let op snel knipperende of pulserende verlichting.
Bij werkzaamheden aan verlichting is het daarnaast belangrijk om rekening te houden met de geldende regels. Bekijk het overzicht van de verlichtingseisen vrachtwagens.
Let op lampbewaking bij CANbus-systemen
Sommige moderne trekkers controleren de elektrische belasting van lichtfuncties. Omdat LED-verlichting doorgaans minder stroom verbruikt dan een gloeilamp, kan de lampbewaking soms een foutmelding geven terwijl de lamp wel brandt. Een snel knipperende richtingaanwijzer kan ook op zo’n situatie wijzen.
De lampbewaking controleert de lichtfunctie; het CANbus-netwerk kan informatie over een storing binnen het voertuig doorgeven. De juiste oplossing hangt af van de trekker en de aangesloten verlichting. Een plug-and-play-systeem van TRALERT® kan hiervoor een handige oplossing zijn. Het kan met een controlbox worden geleverd, die kan helpen deze problemen te ondervangen.
Leg reparaties vast
Noteer per oplegger welke onderdelen zijn vervangen en wanneer de werkzaamheden zijn uitgevoerd. Zo ziet de werkplaats sneller welke aanpassingen al zijn gedaan en kunnen terugkerende storingen beter worden onderzocht.
Met periodieke controles, passende onderdelen en een functietest na montage verklein je de kans dat een verlichtingsprobleem onverwacht tot stilstand leidt.
vrachtwagen veiligheid zijlampen.jpg